De Sonse jaren van Jan Bagelaar

Na de hernieuwde belangstelling voor de schilder Pieter Bruegel zal de komende maanden bisschop Sonnius de aandacht opeisen. Door deze grote persoonlijkheden willen we weleens vergeten dat er nog meer dorpsgenoten in het verleden opmerkelijke prestaties hebben verricht. Een van hen was Ernst Willem Jan Bagelaar, roepnaam Jan (* Eindhoven, 1775 – † Son, 1837). Hij maakte carrière in het leger en ging in 1815 als majoor met pensioen. Zijn grote bekendheid in de 19e eeuw dankte Bagelaar echter aan zijn tekeningen en etsen die hij in zijn vrije tijd met name na zijn pensionering maakte. Vele musea in binnen- en buitenland hebben werk van hem.

In 1821 vestigde Jan Bagelaar zich vanuit ’s-Gravenhage bij zijn jongere broer Hendrik in Son in het huis dat nu bekend staat als Dommelstraat 12. Hendrik Bagelaar, voormalig zeekapitein, had het pand op 21 maart 1821 gekocht. In Son zette Jan Bagelaar zijn werk als tekenaar en etser voort maar wel op een iets lager pitje. Aan een vriend schreef hij eind 1822 dat hij in Son nog maar één etsje had gemaakt en dat hij van schilderen steeds meer zijn liefhebberij ging maken. Het schilderen ging hem echter niet gemakkelijk af: “… Van mijn schilderkamer heb ik een fraaij uytzigt en dit helpt mij veel onder het schilderen. Doch ik bedroef mij dikwijls het zo klaar zien kan hoe het zijn moet en maar zo eene flauwe zweem bijna nog niet eens op paneel te kunnen brengen.” En even verderop: “… Ik tragt door lieffelijke onderwerpen daar te stellen te vergoeden dat aan de kunst ontbreekt.”

Ondanks zijn twijfels over de kwaliteit van zijn schilderkunst deed Bagelaar met twee schilderijtjes mee aan de Salon die in 1823 in Gent werd gehouden. De schilderijtjes waren getiteld ‘Een korenwatermolen in de buurt van Hamelen’ en ‘Doorkijkje in buurtschap Leoben bij zonsondergang’. Hij moet deze landschapjes in Son hebben geschilderd aan de hand van tekeningen die hij tijdens zijn diensttijd had gemaakt. Leoben kwam op zijn pad in 1805 tijdens een veldtocht van Franse en Bataafse troepen door Duitsland en Oostenrijk. Een jaar later was hij betrokken bij de inname van Hamelen door een divisie van het Koninklijk-Hollandse leger.

Het etsen had Bagelaar nog niet helemaal opgegeven. In 1824 maakte hij nog twee etsjes met Son als onderwerp. In de periode 1825-1826 heeft hij een tijdje in Sint-Oedenrode gewoond. Waarom is niet duidelijk. Uit Rooij schreef hij in een brief: “Zedert ik hier woon ben ik begonnen grooten schilderijen te maken.” Blijkbaar voelde hij zich al zo stevig in zijn schoenen staan dat hij het grotere werk niet meer schuwde. Schilderen was zijn voornaamste bezigheid geworden. De vraag is waar al die schilderijen gebleven zijn, want een ‘Bagelaar’ is heden ten dage uiterst zeldzaam.

In 1827, na het overlijden van Hendrik, ging Jan weer in Dommelstraat 12 wonen. Hij genoot van zijn huis, tuin en omgeving. Het tekenen, etsen en schilderen werd geleidelijk aan minder. Wel bleef hij vanuit Son de ontwikkelingen in de kunst volgen. In 1828 maakte hij zich nog enorm boos over de nonchalance waarmee met het nationale erfgoed werd omgesprongen: “… dat men de groote Bakhuizen die f. 8000 gekost heeft, voor f. 2000 aan Nieuwehuijse [kunsthandelaar in Brussel] verkogt heeft en ook eenige Wouwermans, is dit waar, het is bijna niet te gelooven dat men uyt de museums de bekende schilderijen wegdoet.” Op 8 februari 1837 overleed Jan Bagelaar plotseling. Geruchten deden de ronde dat hij door zijn huishoudster was vergiftigd, maar daar is nooit enig bewijs voor gevonden. Bagelaar mag dan geen Bruegel of Sonnius zijn, ze hebben in Eindhoven wel een straat naar hem vernoemd. Dan kan Son en Breugel toch zeker niet achterblijven?

Copyright © 2020 Frans Wilbrink. Alle rechten voorbehouden | Sitemap
Realisatie door JoomlaPartner